Spinozalens, een onderscheiding voor 
denkers over ethiek

Waarom Arendt? Waarom nu?

 

In haar beroemde televisie-interview met Günter Gaus uit 1966 zegt Hannah Arendt verschillende malen nogal nadrukkelijk dat ze geen filosoof is en ook niet zo genoemd wenst te worden. Ze is een politiek denker. Het lijkt erop of ze het ambacht van filosoof niet zozeer beneden haar standing vindt, als wel dat ze de urgentie van de abstracte filosofische problemen inmiddels - ze is erin opgeleid - minder hoog acht dan die van het concrete, maatschappelijk betrokken politieke denken. Het interview is zodanig in beeld gebracht dat de interviewer welhaast op zijn knieën naast of tegenover haar zit, zij enigszins vanuit een verheven positie sprekend, de eeuwige sigaret tussen haar vingers. Ze spreekt vrijwel zonder aarzelen en met groot gezag. Het gezag van Hannah Arendt is sinds haar dood in 1975 niet getaand, maar daarentegen groter geworden. Haar ideeën zijn onverminderd relevant. Misschien moet ik zeggen: relevant gemaakt door de omstandigheden.

            Werd zij in de laatste tien jaar van haar leven vooral bekend door haar standpunt over Eichmann in De banaliteit van het kwaad – en nog steeds is de discussie daarover niet uitgewoed – het brede spectrum van heel haar werk is nu veel meer doorgedrongen in het discours over burgerschap en democratie, over de mens in de samenleving, over geweld en kwaad, over het zijn in onze tijd. Een dergelijk actueel Nachleben valt weinig denkers te beurt. Men heeft betoogd dat hoewel haar werk nadrukkelijk geïnspireerd was op en door haar tijd, ze inmiddels een klassiek denker is, bij wie men voor allerlei actuele kwesties te rade kan gaan. Ik weet niet hoe blij ze zou zijn met haar canonieke status. Ze zou alle bewondering waarschijnlijk met grote achterdocht en een stevige dosis ironie bejegenen.

            Zowel haar leven als haar werken zijn onderwerp van gesprek, van boeken, artikelen, films, toneelstukken. Haar correspondentie met Jaspers en Heidegger, met haar man Heinrich Blucher en haar vriendin Mary McCarthy en met tal van andere vooraanstaande denkers, schrijvers, politici geven een diep inzicht in de verwevenheid van haar leven en haar denken. Een guilty pleasure is voor mij als romanschrijver uiteraard het denken over haar verhouding met Heidegger. Het mysterie ervan. 

 

Ik permitteer me – hoewel ik als voorzitter van de jury een grote onpartijdigheid in acht heb genomen – een paar persoonlijke opmerkingen. Ik ben geen filosoof; ik ben ook geen historicus, maar een eenvoudig Neerlandica met belangstelling voor ethische vragen en voor de manier waarop de mens in zijn leven worstelt met goed en kwaad, de wijze waarop de individu zich verhoudt tot het collectief en omgekeerd. Bij Hannah Arendt zag ik de dilemma's en soms tegenstrijdigheden die het denken over die kwesties oplevert briljant doordacht maar soms wel erg complex verwoord, waardoor ze een zekere raadselachtigheid en onafheid behield. Ze beitelde geen kant en klaar systeem uit het steen, maar vormde en vervormde en herbegon het boetseren in klei. Opnieuw. Nog preciezer. Nu van een andere kant benaderd, tegen de eigen en andermans ideeën indenkend, de consequenties onbarmhartig volgend. Ze zette vriendschappen op het spel, was aan de andere kant soms verbijsterend loyaal. Die houding inspireert. Tegen haar manier van denken en leven kijk ik op. Ze is een voorbeeld voor vrouwen al is ze allesbehalve een feminist en hield ze er in onze ogen voor vrouwen in het algemeen nogal conservatieve ideeën op na. Ze wilde nergens lid van zijn, ze wilde niet tot een groep behoren. Van 1933 tot 1943 is ze naar eigen zeggen zionist geweest, alleen omdat daar toevallig de noodzaak toe bestond. Ze is een vrouw en denker hors categorie. Nee, ik moet dat 'vrouw' achterwege laten, omdat het kan klinken als 'voor een vrouw' is ze een formidabel denker. Van Kant wordt ook niet gezegd hij is man en denker hors categorie. Arendt is een denker van formaat.

 

 

Nu een paar opmerkingen over de gedachten van de jury. Zoals altijd wanneer de wereld in beweging is en wanneer traumatische gebeurtenissen en verschuivingen de mens radeloos maken stellen we graag de vraag: wat zou die en die dode denker van de situatie zeggen. Van de vluchtelingencrisis, van de opkomst van de politieke islam, van de multiculturele samenleving met alle problemen van dien, van de kloof tussen arm en rijk, hoogopgeleid en laagopgeleid, incrowd en buitenstaander. Meestal stellen we die vraag om een rechtvaardiging van onze eigen standpunten in het antwoord te vinden. Daarom misschien juist is Hannah Arendt gekozen als dode denker bij de Spinozalens: ze laat ons naar hartelust grasduinen in haar werk, maar ze zal ons een rechtvaardiging van ons eigen standpunt niet cadeau geven. Allesbehalve. We zullen moeten mee-denken en tegen-denken met haar om tot een voorlopig solide standpunt te komen.

 

Arendts werk, in hoge mate het werk van een buitenstaander, geeft geen pasklare oplossingen. We moeten zelf aan de slag, en misschien is de belangrijkste les die we van haar kunnen leren de noodzaak vertrouwen te hebben in het oplossend vermogen van mensen. We kunnen altijd weer opnieuw beginnen. Er is altijd een begin.

 

 

De lesbrief over Hannah Arendt die binnenkort verschijnt is een uitstekend begin voor scholieren, die met haar werk kennis willen maken. Liever gezegd: het is een handreiking aan docenten die zich bekommeren om de algemene historische en filosofische ontwikkeling van hun leerlingen. En eigenlijk is de lesbrief een introductie voor allen die belangstelling hebben voor de problemen van onze tijd.

 

Nelleke Noordervliet, juryvoorzitter


Stichting Internationale Spinozaprijs

Telefoon: +31 (0)6 20 73 95 01
e-mail: Neem contact op

KvK Amsterdam 33298972


een website van: